'Niet boos zijn, zuster...!'

"Het kan een mooi beroep zijn, maar alleen als je erkent dat het óók lelijke en pijnlijke kanten heeft." Ouderenpsycholoog Sarah Blom windt er geen doekjes om: de zorg voor mensen met dementie kan vaak moeizaam en frustrerend zijn.

Het was op een avond dat het erg druk was. Het ging niet goed met één bewoner, Riek. Al dagen kampte ze met continu pijnklachten. Daarbij was ze ook erg onrustig. Je kon niet in haar buurt komen of ze klampte zich aan je vast.

Telkens probeerde ze uit haar rolstoel te komen of ze schoof zich onderuit. Eén en al onrust. We hadden al van alles uitgeprobeerd om haar tegemoet te komen: zachte muziek, knuffels, interactieve kat, natuurbeelden, handmassages, één op één zorg, schommelstoel…Niets hielp om de onrust en de pijnklachten te verminderen. Onrustmedicatie hielp nauwelijks, en als het hielp was het van korte duur.

Haar toestand ging achteruit. Steeds vaker riep ze om haar moeder. Het raakte me diep als ik haar zo zag en ik voel nog de frustratie van ‘niets’ kunnen doen om die onrust weg te nemen. De machteloosheid!

Desondanks werd het die avond mij bijna te veel. Ik had haar naar bed geholpen. Althans, dat dacht ik. Net zo snel kwam ze er elke keer weer uit. Steeds vroeg ze of ze mocht plassen. Steeds weer wilde ze op de postoel bij haar bed. Telkens opnieuw dacht ze het volgende moment, nadat ik ze weer ingestopt had, dat ze niet op de postoel geweest was. Tot gek wordens toe. Echt, m’n geduld raakte op!!! Weer op de postoel. Weer terug in bed. En wéér kwam ze eruit. En dan gebeurt datgene wat je beslist niet wil: je schiet uit je slof. Ik had nog zeven anderen die naar bed moesten. En telkens dat terugkerend refrein van op de postoel helpen voor niets. Ik schrok. Bijna had ik mezelf niet meer in de hand, uit pure frustratie en onmacht.

‘Niet boos zijn zuster…’ zei ze half huilend. En dat maakte dat ik tot tranen toe geroerd haar in m’n armen nam. ‘Ach Riek toch, je bent zo’n lieverd. Wat een onrust toch’… en ik omarmde en wiegde haar. Wat had ze dat nodig. ‘Ik ben dicht bij je hoor’, zei ik fluisterend toen ze doodmoe en uitgeput haar ogen dicht deed.

Zachtjes sloot ik de deur met een stil gebed in mijn hart. En liefde!

‘Niet boos zijn zuster...’

"Het kan een mooi beroep zijn, maar alleen als je erkent dat het óók lelijke en pijnlijke kanten heeft." Ouderenpsycholoog Sarah Blom windt er geen doekjes om: de zorg voor mensen met dementie kan vaak moeizaam en frustrerend zijn.

Het was op een avond dat het erg druk was. Het ging niet goed met één bewoner, Riek. Al dagen kampte ze met continu pijnklachten. Daarbij was ze ook erg onrustig. Je kon niet in haar buurt komen of ze klampte zich aan je vast.

Telkens probeerde ze uit haar rolstoel te komen of ze schoof zich onderuit. Eén en al onrust. We hadden al van alles uitgeprobeerd om haar tegemoet te komen: zachte muziek, knuffels, interactieve kat, natuurbeelden, handmassages, één op één zorg, schommelstoel…Niets hielp om de onrust en de pijnklachten te verminderen. Onrustmedicatie hielp nauwelijks, en als het hielp was het van korte duur.

Haar toestand ging achteruit. Steeds vaker riep ze om haar moeder. Het raakte me diep als ik haar zo zag en ik voel nog de frustratie van ‘niets’ kunnen doen om die onrust weg te nemen. De machteloosheid!

Desondanks werd het die avond mij bijna te veel. Ik had haar naar bed geholpen. Althans, dat dacht ik. Net zo snel kwam ze er elke keer weer uit. Steeds vroeg ze of ze mocht plassen. Steeds weer wilde ze op de postoel bij haar bed. Telkens opnieuw dacht ze het volgende moment, nadat ik ze weer ingestopt had, dat ze niet op de postoel geweest was. Tot gek wordens toe. Echt, m’n geduld raakte op!!! Weer op de postoel. Weer terug in bed. En wéér kwam ze eruit. En dan gebeurt datgene wat je beslist niet wil: je schiet uit je slof. Ik had nog zeven anderen die naar bed moesten. En telkens dat terugkerend refrein van op de postoel helpen voor niets. Ik schrok. Bijna had ik mezelf niet meer in de hand, uit pure frustratie en onmacht.

‘Niet boos zijn zuster…’ zei ze half huilend. En dat maakte dat ik tot tranen toe geroerd haar in m’n armen nam. ‘Ach Riek toch, je bent zo’n lieverd. Wat een onrust toch’… en ik omarmde en wiegde haar. Wat had ze dat nodig. ‘Ik ben dicht bij je hoor’, zei ik fluisterend toen ze doodmoe en uitgeput haar ogen dicht deed.

Zachtjes sloot ik de deur met een stil gebed in mijn hart. En liefde!


‘Niet boos zijn zuster...’

"Het kan een mooi beroep zijn, maar alleen als je erkent dat het óók lelijke en pijnlijke kanten heeft." Ouderenpsycholoog Sarah Blom windt er geen doekjes om: de zorg voor mensen met dementie kan vaak moeizaam en frustrerend zijn.

Het was op een avond dat het erg druk was. Het ging niet goed met één bewoner, Riek. Al dagen kampte ze met continu pijnklachten. Daarbij was ze ook erg onrustig. Je kon niet in haar buurt komen of ze klampte zich aan je vast.

Telkens probeerde ze uit haar rolstoel te komen of ze schoof zich onderuit. Eén en al onrust. We hadden al van alles uitgeprobeerd om haar tegemoet te komen: zachte muziek, knuffels, interactieve kat, natuurbeelden, handmassages, één op één zorg, schommelstoel…Niets hielp om de onrust en de pijnklachten te verminderen. Onrustmedicatie hielp nauwelijks, en als het hielp was het van korte duur.

Haar toestand ging achteruit. Steeds vaker riep ze om haar moeder. Het raakte me diep als ik haar zo zag en ik voel nog de frustratie van ‘niets’ kunnen doen om die onrust weg te nemen. De machteloosheid!

Desondanks werd het die avond mij bijna te veel. Ik had haar naar bed geholpen. Althans, dat dacht ik. Net zo snel kwam ze er elke keer weer uit. Steeds vroeg ze of ze mocht plassen. Steeds weer wilde ze op de postoel bij haar bed. Telkens opnieuw dacht ze het volgende moment, nadat ik ze weer ingestopt had, dat ze niet op de postoel geweest was. Tot gek wordens toe. Echt, m’n geduld raakte op!!! Weer op de postoel. Weer terug in bed. En wéér kwam ze eruit. En dan gebeurt datgene wat je beslist niet wil: je schiet uit je slof. Ik had nog zeven anderen die naar bed moesten. En telkens dat terugkerend refrein van op de postoel helpen voor niets. Ik schrok. Bijna had ik mezelf niet meer in de hand, uit pure frustratie en onmacht.

‘Niet boos zijn zuster…’ zei ze half huilend. En dat maakte dat ik tot tranen toe geroerd haar in m’n armen nam. ‘Ach Riek toch, je bent zo’n lieverd. Wat een onrust toch’… en ik omarmde en wiegde haar. Wat had ze dat nodig. ‘Ik ben dicht bij je hoor’, zei ik fluisterend toen ze doodmoe en uitgeput haar ogen dicht deed.

Zachtjes sloot ik de deur met een stil gebed in mijn hart. En liefde!









125 weergaven0 opmerkingen