Herfstwandeling

Bijgewerkt op: 3 dagen geleden

'Rien, ga je mee naar buiten? Even een blokkie om'. De man die voor me zit kijkt me aan. Een lach op zijn gezicht. Ik zie aan hem dat hij me niet begrijpt. De zinnen zijn een te lange aaneenschakeling van woorden voor hem. Ik let goed op zijn mimiek en weet zijn achtergrond. Dat hij een buitenmens was. Tot het laatst toe gefietst. Vóór de opname. Vóór de achteruitgang.

Hij zit nu in een fase waarbij het laten zien, laten ervaren, voelen en beleven effectiever is. Ik streel met m'n hand over z'n bovenarm, zodat ik beter contact kan maken. Kijk hem goed aan. Ik help hem uit z'n stoel, haal z'n jas en houdt deze voor hem. Hij loopt echter wat onrustig heen en weer. Beide handen frunnikend aan z’n riem. 'Moet je plassen Rien?' vraag ik. ‘Kom maar’.

Enkele minuten later vertrekken we via de voordeur.

Ineens is daar die blik. Helder. Aandachtig. '’t Is niet veel meer', zegt -ie...

Onderweg probeer ik hem opmerkzaam te maken op de natuur om hem heen. Ik wijs op de bloemen in het late najaar. 'Kijk es'. Ik wijs op enkele laatbloeiers waarvan de helft nog sierlijk staat te bloeien. Ineens is daar die blik. Helder. Aandachtig. '’t Is niet veel meer', zegt -ie, 'ze zijn bijna uitgebloeid'. 'Klopt', antwoordt ik. We lopen verder. Ik pluk wat van de overgebleven stengels om een klein boeketje te maken. Voor op de woongroep.

Na elke vijf meter stoppen we even. Het vergt veel van hem, deze ochtendwandeling. We komen maar langzaam vooruit. Totdat hij ineens wat meer vaart erin krijgt. Onrustig kijkt hij uit zijn ogen. Zijn hand gaat naar de achterkant van z'n broek. Oei. 'Rien, moet je nodig...' Hij lacht wat. Onzeker zoekend of hij ergens naar toilet kan.

Als de wiedeweerga terug naar de woongroep. Maar Rien gaat steeds moeilijker lopen. Steeds meer naar voren buigt zijn bovenlichaam. Ik moet alles op alles zetten dat hij niet voorover valt. 'Probeer

es rechtop te lopen', zeg ik met lichte paniek in mijn stem terwijl ik aan zijn arm trek zodat hij begrijpt wat ik bedoel. De dikke laag bladeren op de grond doet er ook geen goed aan. Hij recht zijn rug, voor een moment. Helt weer naar voren. Zijn voeten sloffen over de straatstenen. Zijn benen bewegen zich wankelend vooruit.

Bezweet en buiten adem open ik de voordeur van de woongroep. Linea recta richting toilet!


In de middag zit m’n dienst erop. Ik pak m’n jas van de kapstok en zie vanuit mijn ooghoeken iets op de stoel liggen in de gang. Een klein bosje verlepte herfstbloemen.



75 weergaven1 opmerking