De ijscoman


Het is zomers weer. De temperatuur buiten stijgt 's middags tegen de dertig graden aan. 's Avonds is het heerlijk in de binnentuin van onze woongroep.

'Ik neem je even mee hoor, Marietje, naar buiten. Als je het niet fijn vindt breng ik je gelijk weer terug, de huiskamer in'. Bij sommige bewoners pak ik het op deze manier aan. Ze zeggen bij voorbaat dat ze niet naar buiten willen. Zitten ze eenmaal goed en wel in de tuin, genieten ze met volle teugen. Zo ook vanavond. Ik krijg ze warempel allemaal mee! En daar zitten we dan. Bakje koffie of thee erbij. Eigenlijk is het daar te warm voor.

'Wat zou het nu leuk zijn als er een ijscokar voorbij kwam’ zegt Rie. Ze glimt bij de gedachte. ‘Weet je nog vroeger? Dan kwam de ijscokar in de straat, met zo’n klingelbel…Oh moe, mogen we een ijsje? riepen we dan. Wat waren we de koning te rijk als het mocht!’ Het is of ze het ijsje zo voor de geest kan halen. Een grote lach op haar gezicht.

Ik bedenk een plannetje. ‘Hé Bart, kan jij niet voor elke bewoner een ijsje halen bij de ijsboer in het dorp?’ M’n collega is direct enthousiast. ‘Wat geweldig…ik spring gelijk op de fiets’.

Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen keuvel ik wat met de achterblijvers. De piek is bij ons later op de avond dus kunnen we tot zo’n uur of acht momenteel wat rustiger aan doen… mits niet iedereen ineens hard nodig naar toilet moet!!! Je ziet dat buiten zitten een positieve invloed heeft op bepaalde patronen; ook op het soms oneindige ‘moeten plassen’. Toiletten bestaan gewoonweg even niet😊.

Daar komt Bart. Luid klingelend komt hij de tuin in. Heeft -ie thuis een bel tevoorschijn weten te toveren en even opgehaald. De zomerpret kan niet op. Wat een prachtig moment voor de mensen.

Verderop in de tuin loopt een man, van een andere woongroep. Hij ziet van een afstandje de gezelligheid en tja…gezelligheid werkt aanstekelijk. Met z’n rollator komt hij schuifelend dichterbij. ‘Hé Jan, lust jij ook een ijsje? Kom er maar bij!’ Nou, dat is voor geen dovemans oren gezegd. Ik schuif een stoel naar hem toe. ‘Tjoe’ zegt Rie ‘is tóch de ijscoman langsgekomen. Hebben wíj geluk! Tevreden gezichten, blije ogen en een mooie herinnering. ’t Zijn de kleine dingen die het doen!




48 weergaven1 opmerking